Pool (ook bekend als poolbiljart) is een van oorsprong Amerikaans spel dat gespeeld wordt op een pooltafel. Het is ook al enige tijd populair in Nederland en België, vooral onder jongeren. Poolen is een van de soorten biljart. Hiertoe behoren ook snooker en carambolebiljart (in Nederland aangeduid als biljart).

Pool wordt gespeeld op een pooltafel, waar in elke hoek en in het midden van de lange zijden een gat (pocket) zit. De ballen moeten in de pockets worden geschoten, zoals ook bij snooker het geval is.

Een standaard set poolballen is genummerd van 1 t/m 15, waarbij de nummers 1 t/m 7 de ‘hele’ ofwel solids (ballen in één kleur) worden genoemd, nummer 8 de zwarte bal is en de nummers 9 t/m 15 de ‘halve’ ofwel stripes (witte zijkant met een gekleurde band) zijn.

Er zijn meerdere spelvarianten. Dit zijn de drie populairste:

8-ball
9-ball
Straight pool ofwel 14.1
10-ball

De officiele pool regels welke ook in Nederland van toepassing zijn worden bepaald door de WPA (World Pool-Billiards Association), meer informatie op de website van de WPA: www.wpa-pool.com

De Nederlandse versie en regelementen zijn te downloaden via de website van de KNBB: www.knbb.nl

8-ball (spelregels)

8-ball wordt gespeeld met 16 ballen: één speelbal (de witte) en 15 genummerde ballen. De nummers 1 t/m 7 noemen we de hele ballen (solids), de nummers 9 tot en met 15 noemen we de halve ballen (stripes). De zwarte bal is de 8-ball. Aantal spelers: 2.

Doel van het spel
De bedoeling van het spel is, dat de ene speler de hele ballen wegspeelt en de andere speler de halve ballen. De 8-ball wordt als laatste weggespeeld. Degene die daarin slaagt, heeft gewonnen.

Opzetten van de ballen
De ballen worden in een driehoek op tafel geplaatst. De 8-ball is de middelste van de drie ballen. De onderste rij heeft op de ene hoek een halve en op de andere hoek een hele bal. De rest wordt daar willekeurig omheen geplaatst.

De breakstoot
Plaats de witte bal op een willekeurige plaats achter de lijn (de kitchen). Een geldige breakstoot moet voldoen aan de volgende voorwaarden: men moet een bal potten óf minimaal vier ballen moeten een band raken (headshot).

Na de break
Als na de break een hele of halve bal (of beide) gepot is, blijft men aan de beurt. Men mag nog steeds kiezen of men met de hele of de halve ballen speelt, ongeacht welke bal er gepot is. Wordt er nu een bal gepot, dan is de keuze definitief. Wordt er geen bal gepot, dan heeft de tegenstander nog steeds de keuze tussen de hele of halve ballen. Indien bij de break de witte bal van tafel wordt gespeeld, gaat de beurt naar de tegenstander die vanuit the kitchen de witte bal opnieuw naar voren speelt. Alle genummerde ballen die eventueel van tafel gespeeld zijn, blijven weg. (Deze komen dus niet terug op tafel.) De uitzondering is de 8-ball; deze komt terug op de stip. Het maakt niet uit of een bal gepot wordt in een pocket wat eigenlijk niet de bedoeling was, of misschien juist wel: de speler is in beide gevallen nog een keer aan de beurt. (De zogenaamde lucky shot-regel is een fabeltje en zeker geen officiële regel.) Er is dan nog steeds een ‘open tafel’, dat wil zeggen dat men nog steeds mag kiezen tussen heel of half.

Bij 8-ball moet men steeds melden welke bal in welke pocket moet gaan. Indien men de 8-ball pot en tevens de witte bal van tafel speelt, heeft men het spel verloren. Ook het voortijdig potten van de 8-ball betekent verlies van het spel. De 8-ball, die als laatste gepot dient te worden, mag in elke willekeurige pocket worden gepot. (Dat de 8-ball in de tegenovergestelde pocket moet waar de laatste bal in werd gepot, is geen officiële regel maar een kroegregel.) De verliezer van het spel mag opnieuw beginnen.

Fouten

Het is een fout:

* als men een touche maakt (een bal aanraakt);
* als men een hele in plaats van een halve (of omgekeerd) raakt;
* als er geen enkele bal wordt geraakt;
* als men na balcontact geen enkele band raakt. (Geldt niet als er een bal wordt gepot.)

Indien de witte bal van tafel wordt gespeeld of er wordt een hierboven genoemde fout gemaakt, dan krijgt de tegenstander ball in hand: hij mag de witte bal overal op tafel plaatsen. (Uitgezonderd na de break; dan moet er dus vanuit the kitchen naar voren worden gespeeld.)

Als een speler zijn eigen bal én een bal van de tegenstander pot, is dit geen fout. Men blijft aan de beurt. Tevens is het correct om een bal van je eigen kleur te potten via een bal van de tegenstander, mits van tevoren aangegeven. Echter, als ná het correct wegspelen van de zwarte bal de witte bal van tafel verdwijnt, is de pot toch verloren.

9-ball (spelregels)

9-ball wordt gespeeld met 10 ballen: één speelbal (de witte) en 9 gekleurde ballen, de nummers 1 tot en met 9. Aantal spelers: 2.

Doel van het spel

Men moet altijd de laagst genummerde bal op tafel als eerste raken. De speler hoeft geen pocket te nomineren. Als men de 9-ball correct pot, heeft men gewonnen.
Opzetten van de ballen

De ballen worden opgezet in een ruitvorm waarbij de 1 als eerste bal op de stip komt. De 9-ball komt in het midden. De andere ballen komen willekeurig hieromheen.

De breakstoot
De beginnende speler speelt de witte bal vanachter de lijn (de kitchen). Het is een correcte break als de 1-ball als eerste wordt geraakt en er ten minste vier ballen een band raken of er een of meerdere ballen worden gepot. Als na de break een van de objectballen wordt gepot, blijft men aan de beurt. Men moet weer de laagst genummerde bal als eerste raken.

Na de break
De speler die aan stoot is na een geldige break, mag óf doorspelen óf een push-out spelen. Bij een push hoeft de speelbal geen objectbal of band te raken. Hij moet wel vooraf melden dat hij een push-out speelt. Na een push-out moet de tegenstander spelen vanuit de positie die de ballen dan hebben. Hij mag ook de beurt teruggeven aan de speler die de push-out heeft gespeeld. Combinatiestoten zijn toegestaan bij 9-ball. Men mag dus met de laagst genummerde bal een andere bal (ook de 9-ball) wegspelen.

Fouten
Indien een speler een fout maakt, krijgt de tegenstander ball in hand: hij mag de speelbal overal op tafel leggen waar hij wil. Het is een fout als:

* men de witte bal pot;
* men een bal van tafel speelt;
* men geen enkele bal raakt;
* men een verkeerde bal als eerste raakt;
* men na balcontact geen enkele band raakt. (Dit geldt niet als er een bal wordt gepot.);
* bij de break-off minder dan vier ballen de band hebben geraakt of als er geen bal is gepot;
* men ballen aanraakt met kleding of op enig andere manier beweegt zonder een geldige stoot te maken.

Ballen die van tafel gespeeld zijn, blijven van tafel. Als men drie opeenvolgende van bovengenoemde fouten maakt en de tegenspeler of scheidsrechter geeft dit na de tweede fout aan, dan heeft men het spel verloren. Heeft de scheidsrechter/tegenstander dat niet aangegeven, dan gaat het spel gewoon verder.

straight-pool (14.1) (spelregels)

Straight-pool wordt gespeeld met 16 ballen, één speelbal (de witte) en 15 gekleurde ballen: de nummers 1 tot en met 15. Aantal spelers: twee of meer.

Doel van het spel
Het doel is zoveel mogelijk ballen te potten. Elke correct gepotte bal is 1 punt waard. Men speelt tot een vooraf afgesproken puntenaantal.

Opzetten van de ballen
De ballen worden opgezet in een driehoekvorm waarbij de achterste twee hoekballen de gele 1 en de oranje 5 zijn. De andere ballen komen willekeurig in de driehoek.

De breakstoot
De beginnende speler speelt de witte bal vanachter de lijn. Het is een correcte break als de witte bal en ten minste twee andere ballen een band hebben geraakt. Als dat niet gebeurt, krijgt de speler -2 punten. De tegenstander heeft de keuze om verder te spelen of de tegenstander nogmaals te laten breaken. Als tijdens de break de witte bal weggaat, maar er zijn wel twee andere ballen tegen de band geweest, is het een gewone fout en dus -1 voor de speler. Bij de break is het zaak zo weinig mogelijk ballen los te spelen, zodat de tegenstander zo weinig mogelijk kans krijgt een bal te potten.

Na de break
De speler moet een bal potten, willekeurig welke, maar hij dient wel van tevoren aan te geven welke bal hij in welke pocket gaat spelen. Als dat is gelukt, krijgt hij 1 punt per bal die is gepot. Er kunnen dus meerdere ballen in één stoot worden gepot, zolang de genomineerde bal maar in de juiste pocket verdwijnt. Als de genomineerde bal in een andere pocket verdwijnt, wordt deze teruggelegd op de stip (voorste bal van het rack), of als dat niet kan, zo dicht mogelijk daarbij, op een rechte lijn vanaf die stip naar de bovenste band.

Fouten
Indien een speler een fout maakt, krijgt de tegenstander géén ball in hand, zoals bij 8- of 9-ball wel het geval is. De speler die de fout maakte, krijgt -1 punt. De tegenstander speelt verder van waar de witte bal ligt, mits de witte dus is gepot, want dan krijgt de speler -1 punt en mag de tegenstander verder spelen vanuit de kitchen, oftewel van achter de lijn. Hij mag geen bal spelen, die in de kitchen ligt. Het is een fout als men:

* een bal van tafel speelt;
* na balcontact geen band raakt. (Dit geldt niet als er een bal wordt gepot.);
* ballen aanraakt met kleding of op enig andere manier beweegt zonder een geldige stoot te maken.

Ballen die van tafel gespeeld zijn, worden op de stip teruggelegd (zie ‘Na de break’). Als men drie opeenvolgende van bovengenoemde fouten maakt en de tegenspeler of scheidsrechter geeft dit na de tweede fout aan, dan krijgt de speler -15 bovenop de -1 voor de fout. Heeft de scheidsrechter/tegenstander dat niet aangegeven, dan gaat het spel gewoon verder. Ook als een speler opzettelijk de bal aanraakt, bijvoorbeeld als hij de witte bal oppakt wanneer deze richting de pocket loopt, dan krijgt hij -15 bovenop de -1 van de fout. Alle ballen die worden gepot bij een foute stoot, worden teruggelegd op de stip.

Dit zijn de officiële spelregels, per streek komt het voor dat er met afwijkende regels wordt gespeeld.

10-ball

Ballen bij aanvang van het spel

10-ball is de modernste variant van het poolbiljarten. De regels zijn afkomstig van het 9-ball. Het verschil is dat het niet wordt gespeeld met 9 ballen maar met 10 ballen die bij aanvang van de partij worden opgezet op de manier van 8-ball. Het is moeilijker dan 9-ball en daarom populair bij de topspelers.

Het eerste wereldkampioenschap 10-ball werd gespeeld op 23 mei 2007 in Jacksonville en gewonnen door Shane Van Boening uit de Verenigde Staten. Het tweede wereldkampioenschap werd gespeeld van 3 t/m 5 oktober 2008 en gewonnen door de Brit Darren Appleton die in de finale de Taiwanees Wu Chia-Ching versloeg. Niels Feijen eindigde op de derde plaats door een overwinning op de Filipino Demosthenes Pulpul.

Het principe van 10-ball is vrij simpel: 10-ball gebruikt ballen 1 t/m 10. Deze worden in een driehoek opgelegd op de voetspot met de 1-ball op de kop en de 10-ball in het midden. Het einddoel is om de 10-bal legaal te potten. De speler aan tafel dient altijd de laagstgenummerde bal op tafel te spelen. Ballen die gepot worden moeten van tevoren aangekondigd worden.

Zie ook de website van de WPA (World Pool-Billiards Association) voor de officiële regels voor 10-ball.

De pooltafel

Het pooltafel speelveld is er in diverse afmetingen, gemeten in voet, te weten:

* 7ft poolbiljart: 5,13VT x 4,07VT (1.56 meter x 1.24 meter)
* 8ft poolbiljart: 5,43VT x 4,22VT (1.65 meter x 1.28 meter)
* 9ft poolbiljart: 5,74VT x 4,37VT (professioneel) (1.75 meter x 1.33 meter)

De hoogte verschilt per pooltafel.